Hoeveel afschot moet een plat dak hebben?

Afschot bij een plat dak: waarom het water moet kunnen weglopen, hoe je plasvorming herkent en waarop je let bij Haagse portiekwoningen.

Afgewerkt plat dak met zwarte EPDM-dakbedekking, een dakrand van natuursteen en een ladder

Hoeveel afschot een plat dak moet hebben, hangt af van de bouw en de norm die bij het dak hoort. Een plat dak in Den Haag is nooit helemaal vlak. Het helt een beetje, zodat regen naar een afvoer loopt. Dat afschot is geen luxe. Zonder helling blijft water staan, en dat belast de dakbedekking. In deze gids lees je waarom afschot telt, hoe je een probleem herkent en wat je aan een dakdekker vraagt.

Wat afschot doet

Afschot is de helling van het dakvlak. Een plat dak moet volledig waterdicht zijn. De dakbedekking ligt op een draagconstructie met isolatie, daaronder liggen balken of betonplaten. Met afschot loopt water naar de hemelwaterafvoer of de dakgoot. Zonder afschot staat er na een bui een plas.

Een exacte waarde staat hier bewust niet. Die hangt af van de constructie, de dakbedekking en de norm die de bouwer volgde. Een dakdekker meet het ter plekke. Vraag hem welke helling bij jouw dak hoort en wat hij gemeten heeft.

Hoe je een probleem herkent

Je ziet het aan plassen die na een dag nog blijven staan. Ook vuilranden, mos op de bedekking en blazen of golven wijzen erop. Een dakdekker kijkt ook naar de afvoer. Soms ligt het niet aan het afschot maar aan een verstopte afvoer of een afvoer die te hoog zit. Dan helpt schoonmaken, geen nieuwe laag.

Een plas is niet altijd een lek. Wel is het een signaal. Water dat langer blijft staan, zoekt een zwakke plek: een naad, een opstaande rand of een doorvoer. Dat geeft vroeg of laat daklekkage.

Afschot en levensduur van de bedekking

Een bitumendak gaat gemiddeld ongeveer 25 jaar mee, pvc ook, epdm ongeveer 40 jaar. Water dat blijft staan, kan die duur verkorten. Bij een nieuwe dakbedekking is dit daarom het moment om afschot te herzien. Een dakdekker legt dan afschotisolatie of een afschotlaag, zodat het water op de goede plek eindigt. Dat hoort bij een plan voor plat dak en bij dakrenovatie.

Wat dit betekent in Den Haag

In Den Haag heb je veel portiekwoningen en gestapelde bouw. Duindorp, gebouwd tussen 1915 en 1930, heeft portiekwoningen in twee of drie lagen. Het Transvaalkwartier, gebouwd tussen 1900 en 1935, kent vooral portiekwoningen. Bij zulke blokken ligt het dak over meerdere woningen en horen afvoeren vaak bij het hele blok. Eén verstopte afvoer treft dan meerdere huishoudens. Een vereniging van eigenaren regelt dit het best met een vaste inspectie.

In de Bomenbuurt, gebouwd tussen 1911 en 1923, is alles nooit hoger dan drie lagen. Een lage bouw maakt een dak snel bereikbaar, en dus makkelijk te controleren. Ook de zee speelt mee. Dicht bij de kust zijn windstoten de grootste schadeveroorzaker. Zware regen met wind drijft water schuin tegen randen. Dan telt een goed afgewerkte dakrand net zo veel als het afschot zelf.

Wat je aan een dakdekker vraagt

Vraag drie dingen. Eén: welk afschot heeft mijn dak nu, en waar staat het water? Twee: ligt de oorzaak bij het afschot, de afvoer of de bedekking? Drie: wat verandert er als het dak wordt vernieuwd en isolatie wordt toegevoegd? Bij isoleren moet de dakrand minstens 10 centimeter hoog blijven. Dat is met afschotisolatie een punt van aandacht.

Isoleer je een plat dak, doe dat volgens Milieu Centraal van buiten en met een professioneel bedrijf. Isoleren aan de binnenzijde wordt afgeraden vanwege vocht en houtrot.

Wat het afschot kost

Dat hangt af van de dakvorm en de aanpak. Een kleine correctie met afschotisolatie kost minder dan een geheel nieuw dak. De kostenfactoren staan op de kostenpagina.

Zo begin je

Neem foto's van de plassen één dag na regen. Noteer waar het water staat. Beschrijf dat in je aanvraag. Een dakdekker uit de regio kan dan gericht kijken.

Gratis dakinspectie aanvragen

Twijfel je over je dak in Den Haag?